Collectieve ArbeidsOvereenkomst, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek,
tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid ″afhandeling op luchthavens″



HOOFDSTUK I.

Benaming

Artikel 1. De benaming van het fonds voor bestaanszekerheid is het : ″Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens″.


Zetel

Art. 2. De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd op het adres : de Smet de Naeyerlaan 115, te 1090 Brussel.

Op voorstel van de raad van beheer van het fonds kan de maatschappelijke zetel bij beslissing van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek naar elke andere plaats in België worden overgebracht.

Werkingsfeer

Art. 3. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en die tot de subsector van de grondafhandeling op luchthavens behoren.

§ 2. Onder ″grondafhandeling″ wordt begrepen : platform-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.
Onder ″luchthavens″ wordt begrepen : elk bepaald grond- of wateroppervlak (met gebouwen, installaties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak.

Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek is niet bevoegd voor ondernemingen voor grondafhandeling op luchthavens die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, het Paritair Comité voor de schoonmaak, het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of het Paritair Comité voor de handelsluchtvaart, uitgezonderd de ondernemingen die luchthavens beheren.

§ 3. Onder ″werknemers″ wordt begrepen : de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op :
a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035;
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone ″type leercontract″.

Doel

Art. 4. Het fonds heeft tot doel :

1. het rechtstreeks of onrechtstreeks toekennen en uitbetalen van aanvullende sociale voordelen aan de arbeid(st)ers bedoeld in artikel 3, § 1;

2. overeenkomstig de bepalingen van deze statuten, het innen en het invorderen van de bijdragen ten laste van de werkgevers bedoeld in artikel 3.

3. het bevorderen en verbeteren van de werkgelegenheid en de bestaanszekerheid in de subsector zoals omschreven in artikel 3.

Het doel van het ″Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens″ kan worden uitgebreid of beperkt via collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

HOOFDSTUK II.

Voordelen

Art. 5. Bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit worden de voordelen bepaald die door het sociaal fonds worden toegekend alsook de categorieën van werklieden die recht hebben op die voordelen.

HOOFDSTUK III

Uitbetalingsmodaliteiten van de voordelen

Art. 6. Bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit, worden de uitbetalingsmodaliteiten vastgesteld van de voordelen die door het sociaal fonds worden toegekend.

Art. 7. In geen geval mag de betaling aan een rechthebbende van de door het sociaal fonds toegekende voordelen afhankelijk zijn van de stortingen door de werkgever van de verschuldigde bijdragen.

HOOFDSTUK IV

Financiering

Art. 8. De financiering van de voordelen toegekend door het sociaal fonds en van de werkingskosten van het sociaal fonds wordt bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Voor de toepassing van dit artikel wordt met ″werkingskosten″ bedoeld : de werkingskosten van het fonds verhoogd met de toelagen toegekend krachtens artikel 17.

Art. 9. § 1. Op voorstel van de raad van beheer wordt de bijdrage, verschuldigd door de werkgevers bedoeld in artikel 3, vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

§ 2. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid wordt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid belast met de inning en de invordering van de bijdragen.

Van de door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan het fonds gestorte bedragen worden vooraf de door het beheerscomité van de rijksdienst vastgestelde kosten afgehouden.

HOOFDSTUK V.

Beheer

Art. 10. Het fonds wordt paritair beheerd door een raad van beheer samengesteld uit vertegenwoordigers van de in artikel 3 bedoelde werkgevers en uit werknemersvertegenwoordigers.

Deze raad bestaat uit 12 leden, zijnde 6 werkgeversvertegenwoordigers en 6 werknemersvertegenwoordigers.

Art. 11. De verdeling van de mandaten van de werkgeversvertegenwoordigers gebeurt in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en dient representatief te zijn voor werkgevers die vertegenwoordigd worden in de schoot van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en behoren tot de subsector van de afhandeling op luchthavens.

De verdeling van de mandaten van de werknemersvertegenwoordigers onder de representatieve werknemersorganisaties zetelend in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek geschiedt in verhouding met het aantal mandaten waarover iedere organisatie beschikt in de schoot van dit comité.

Binnen de maand na de oprichting van het ″Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens″ delen de werkgevers- en werknemersorganisaties aan de voorzitter van het paritair comité de naam van hun vertegenwoordigers mee.

Art. 12. Het mandaat van de leden van de raad van beheer van het sociaal fonds duurt vier jaar. Het kan worden hernieuwd. De leden blijven in functie totdat hun opvolgers zijn aangeduid.

Het mandaat van lid van de raad van beheer van het sociaal fonds eindigt :
1. wanneer de duur van het mandaat is verstreken;
2. in geval van ontslagneming;
3. wanneer de organisatie, die de betrokkene heeft voorgedragen bij toepassing van artikel 11, om zijn vervanging verzoekt;
4. wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de organisatie die hem voorgedragen heeft.
Tijdens de eerstvolgende vergadering van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek wordt voorzien in de vervanging van elk lid wiens mandaat een einde heeft genomen vóór het normaal verstreken is. Deze vervanging geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 11. Het nieuw lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.

Art. 13. Elk jaar in de loop van het eerste kwartaal wijst de raad van beheer in zijn schoot een voorzitter aan alsmede twee ondervoorzitters.

Art. 14. § 1. De raad van beheer wordt door zijn voorzitter bijeengeroepen.

De voorzitter is ertoe gehouden de raad minstens één keer per jaar op te roepen en telkens wanneer een derde van de leden of een in zijn schoot vertegenwoordigde organisatie erom vragen.

De uitnodiging vermeldt de dagorde.

§ 2. Elke beheerder heeft één stem. Een beheerder kan zich laten vertegenwoordigen door een andere beheerder. Daartoe dient een geldige schriftelijke volmacht bezorgd te worden aan de raad van beheer ten laatste bij het begin van de vergadering. De volmachten kunnen per brief, per fax of per mail gegeven worden. Een beheerder mag maximaal twee andere beheerders vertegenwoordigen.

§ 3. De raad van beheer beraadslaagt enkel geldig indien minstens de helft van de werkgeversvertegenwoordigers en de helft van de werknemersvertegenwoordigers aanwezig en/of vertegenwoordigd zijn.
Indien het in het eerste lid voorzien quorum niet bereikt werd, wordt het punt ingeschreven op de agenda van de volgende vergadering en de raad van beheer beraadslaagt rechtsgeldig en neemt een beslissing ongeacht het aantal aanwezige en/of vertegenwoordigde leden.
De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden + 1 stem van de stemmen van de aanwezige en/of vertegenwoordigde leden genomen.

Art. 15. De raad van beheer heeft tot taak het fonds te beheren en alle maatregelen te treffen welke nodig zijn voor zijn goede werking.

Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheden inzake het beheer en de leiding van het fonds. De raad van beheer treedt in rechte zowel in de hoedanigheid van eisende partij als in deze van verweerder op, in naam van het fonds.

De raad van beheer kan bijzondere bevoegdheden, gespecialiseerde opdrachten alsook het dagelijks beheer van het fonds aan één of meerdere van zijn leden of zelfs aan derden overdragen.

Art. 16. De verantwoordelijkheid van de beheerders beperkt zich tot de uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de verplichtingen van het fonds.

Art. 17. Voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen kan het fonds al de nodige schikkingen nemen en beroep doen op de medewerking van de organisaties vertegenwoordigd in de schoot van zijn raad van beheer.

Voor deze medewerking en voor zover de finan-ciële toestand van het fonds dit toelaat, kan het fonds in het kader van zijn werkingskosten een toelage aan de betrokken organisaties uitkeren waarvan het bedrag ieder jaar door de raad van beheer van het fonds wordt bepaald.

HOOFDSTUK VI.

Rekeningen en toezicht

Art. 18. Het boekjaar vangt aan op 1 januari en loopt tot 31 december van het lopende kalenderjaar.

Art. 19. De rekeningen van het verstreken boekjaar worden op 31 december afgesloten.

Art. 20. De rekeningen alsmede de balans moeten inzake boekhouding zorgvuldig opgesteld worden.

Art. 21. Het eventueel batig saldo van een boekjaar wordt naar het volgend boekjaar overgedragen.

Art. 22. Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek duidt de revisor of de accountant aan wiens opdrachten vastgesteld zijn door de artikelen 12 tot 14 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid en door artikel 23 van deze statuten.

Art. 23. De raad van beheer alsmede de revisor of accountant aangeduid overeenkomstig de bepalingen van artikel 22, maken elk jaar een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht gedurende het verstreken boekjaar.

Art. 24. De balans, de rekeningen alsook de in artikel 23 bedoelde verslagen worden ter goedkeuring aan het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek voorgelegd.

Deze documenten moeten aan de voorzitter van het paritair comité worden overhandigd uiterlijk op 30 juni volgend op de datum van afsluiting van het boekjaar waarop zij betrekking hebben.

HOOFDSTUK VII. 

Betwistingen

Art. 25. Onverminderd de bepalingen van artikel 22 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, kan de raad van beheer van het fonds de betwiste gevallen beslechten.

Elke in de schoot van de raad van beheer vertegenwoordigde organisatie kan tegen de beslissing van de raad van beheer beroep instellen bij het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek.

HOOFDSTUK VIII.

Ontbinding, vereffening

Art. 26. Het Fonds kan worden ontbonden bij beslissing van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek.

Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek wijst de vereffenaars aan en bepaalt hun bevoegdheden en hun bezoldiging alsmede de bestemming van het patrimonium.

HOOFDSTUK IX.

Geldigheidsduur

Art. 27. Deze statuten hebben uitwerking met ingang op 19 juni 2014 voor een onbepaalde duur.




HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens.

Onder "werknemers" wordt begrepen : de arbeiders en arbeidsters van de werkgeversbedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op :
a) de leerlingen aangegeven in de RSZ- categorie 283 met werknemerskengetal 035;
b) de leerlingen die vanaf 1januari van hetjaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontact".

HOOFDSTUK II.

Definities

Art. 2. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

CAO 103: de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 27 jun 2012, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 103 bis en 103 ter, gesloten in de NAR.

Art. 3. Voor de toepassing van de CAO 103 wordt rekening gehouden met de bijzondere toepassingsmodaliteiten vervat in artikel 4 hierna.

HOOFDSTUK III.

Tijdskrediet met motief

Art. 4. §1. De werknemers hebben recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot maximaal 36 maanden voor het verlenen van zorgen, zoals voorzien in artikel4, § 1, a), b) en c) van de CAO 103.
Dit recht wordt uitgebreid naar maximaal 51 maanden voor alle aanvragen en verlengingsaanvragen die na 1 april 2017 aan de werkgever ter kennis werden gegeven.

§2. De werknemers hebben recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvelmindering tot maximum 36 maanden voor het volgen van een opleiding, zoals voorzien in artikel 4, §2 van de CAO 103.

HOOFDSTUK IV.

Tegemoetkoming

Art. 5. Vanaf 1 januari 2017 worden de volgende aanvullende premies betaald aan de werknemers van minimum 50 jaar :

- 50 EUR bruto bij 1/5de tijdskrediet;
- 100 EUR bruto bij meer dan 1/2de tijdskrediet.

Voor de werknemers, bedoeld in artikel 1, die minstens 50 jaar oud zijn, kan de werkgever vanaf 1 januari 2017 terugbetaling bekomen van de aanvullende premies uitbetaald bij tijdskrediet, door tussenkomst van het Sociaal Fonds voor de Afhandeling op luchthavens mits hij behoort tot de RSZ-categorie 283 gedurende de periodes waarvoor hij deze aanvullende premies terugvordert van het Sociaal Fonds.

De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds voor de Afhandeling op Luchthavens is belast met het vaststellen van de procedure tot indiening van de terugbetalingsaanvragen en de modaliteiten voor de terugbetaling van deze aanvullende premies.

HOOFDSTUK V.

Geldigheidsduur

Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst van bepaalde duur start op 1januari 2017 om werking te treden op 31 December 2018.



HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de grondathandeling op  luchthavens.

Onder "werknemers" wordt begrepen : de arbeiders en arbeidsters van de werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op:
a) de leerlingen aangegeven in de RSZ- categorie 283 met werknemerskengetal 035;
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met velmelding type leerling in de zone "type leercontract" .

HOOFDSTUK II.

Landingsbanen.

Art. 2. In toepassing van de CAO nr. 127 van 21 maart 2017, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot vaststelling voor 2017-2018 van het interprofessioneel kader voor de verlaging van de leeftijdsgrens naar 55 jaar, voor wat de toegang tot wat het recht op uitkeringen voor een landingsbaan betreft, wordt voor de periode 2017-2018 de leeftijdsgrens op 55 jaar gebracht voor de werknemers die in toepassing van artikel 8, §1 van de CAO nr 103, gesloten in de NAR, hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking of verminderen met een vijfde en die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 6, § 5,2° en 3° van het Koninklijk Besluit van 12 december 2001, zoals gewijzigd door artikel 4 van het Koninklijk Besluit van 30 december 2014.

Art. 3. Voor de periode 2017-2018 worden de volgende aanvullende premies betaald aan de werknemers van minimum 55 jaar:

- 50 EUR bruto bij 1/5 landingsbaan;
- 100 EUR bruto bij halftijdse landingsbaan.

Voor de werknemers van minimum 55 jaar kan de werkgever terugbetaling bekomen van de aanvullende premies uitbetaald bij landingsbaan, door tussenkomst van het Sociaal Fonds voor de Afhandeling op luchthavens mits hij behoort tot de RSZ-categorie 283 gedurende de periodes waarvoor hij deze aanvullende premies terugvordert van het Sociaal Fonds.

De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds voor de Afhandeling op Luchthavens is belast met het vaststellen van de procedure tot indiening van de terugbetalingsaanvragen en de modaliteiten voor de terugbetaling van deze aanvullende premies.

HOOFDSTUK III.

Geldigheidsduur.

Art. 4. Deze collectieve arbeidsovereenkomst van bepaalde duur start op 1januari 2017 om buiten werking te treden op 31 december 2018.





HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens.

§ 2. Onder "grondafhandeling" wordt begrepen: platform-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.

Onder "luchthavens" wordt begrepen: elk bepaald grond- afwateroppervlak (met gebouwen, installaties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak.

§ 3. Onder "werknemers" wordt begrepen: de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

HOOFDSTUK II.

Juridisch kader en bijdrage

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten ter uitvoering van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) en van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I).

Art. 3. Vanaf het eerste kwartaal van 2019 tot en met het het vierde kwartaal van 2020 zijn de betrokken ondernemingen een bijdrage
verschuldigd van 0,10%, berekend op het 108% loon van de werknemers. Voormelde bijdrage zit vervat in de bijdrage verschuldigd aan het
Sociaal Fonds, zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 januari 2019 tot vaststelling van de werkgeversbijdrage.

HOOFDSTUK III.

Begripsomschrijving

Art. 4. Onder "risicogroepen" wordt verstaan: de personen behorend tot een van de volgende categorieën :

- de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van duaal leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, hetzij een voltijdse onderwijsopleiding, hetzij in het kader van een tijdelijke stage;
- de werknemers van de sector, tewerkgesteld door ondernemingen die van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen gebruik maken;
- de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde werknemers van de sector;
- de werknemers van de sector die minstens 50 jaar oud zijn;
- de werknemers van de sector van wie de beroepskwalificatie niet meer aangepast is aan de technologische vooruitgang of die
het risico lopen niet meer aangepast te zijn aan deze vooruitgang. 

HOOFDSTUK IV.

Projecten. 

Art. 5. De bijdrage van 0,10 % op de loonmassa aan 108% zal door het Sociaal Fonds aangewend worden op het vlak van de sector voor initiatieven ter bevordering van de vorming en de tewerkstelling of voor het behoud van de tewerkstelling van werknemers die beschouwd worden als risicogroepen, zoals bepaald in art. 4 van deze CAO.

Art. 6. De helft van de opbrengst van de bijdrage waarvan sprake in art. 3 zal aangewend worden op het vlak van de sector voor de financiering van initiatieven ter bevordering van de vorming en de tewerkstelling van jongeren vermeld in artikel l, 5° van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 en aan de personen vermeld in artikel l, 3° en 4° van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 die nog geen 26 jaar zijn. 

HOOFDSTUK V.

Geldigheidsduur

Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van kracht op 31 december 2020.





HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens.

§ 2. Onder "grondafhandeling" wordt begrepen: platform-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.

Onder "luchthavens" wordt begrepen: elk bepaald grond- afwateroppervlak (met gebouwen, installaties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak.

Het Paritair Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens is niet bevoegd voor ondernemingen voor grondafhandeling op luchthavens die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, het Paritair Comité voor de schoonmaak, het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of het Paritair Comité voor de handelsluchtvaart, uitgezonderd de ondernemingen die luchthavens beheren.

§ 3. Onder "werknemers" wordt begrepen: de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op :

a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035;

b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract" .

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten in uitvoering van het artikel 12 1° en artikel 13 §1 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk.

HOOFDSTUK II.

Begrippen

Art. 3. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder:

"SFAL" : het "Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens" opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van Il december 2009 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens" en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 augustus 2011 (Belgisch Staatsblad 14 september 2011), gewijzigd en opgeheven door de collectieve arbeidsovereenkomst "Wijziging van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid" van 15 september 2011, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 2012 (Belgisch Staatsblad van 28 februari  2013).

"Voortgezette opleiding" : een door één of meerdere werknemers gevolgde opleiding, die duidelijk tot doel heeft de professionele kwalificaties van de werknemers te verhogen of te behouden, en kadert in de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact.

Het betreft dus geen algemene vorming. De opleiding moet geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden door de onderneming.

Onder "voortgezette opleiding" verstaat men : zowel de formele als informele opleiding, ontwikkeld en verzorgd door de onderneming zelf (de interne opleiding genoemd) of ontwikkeld en verzorgd door een organisme dat geen deel uitmaakt van de onderneming (externe opleiding genoemd), zoals bepaald in het koninklijk besluit van l0 februari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen.

"Opleidingsbudget" : vanaf 2014 heeft elke onderneming uit de sector recht op een opleidingsbudget. De onderneming kan dit budget aanwenden om opleiding van werknemers van de onderneming, aangegeven onder RSZ-categorie 283, te bekostigen. Het opleidingsbudget is 3 jaar opeisbaar. Bijvoorbeeld is het budget 2014 opeisbaar tot 2017. Bij aanvang van het 4de jaar (2018 in voornoemde voorbeeld) wordt het niet opgebruikte budget overgeheveld naar de algemene reserve voortgezette opleiding.

HOOFDSTUK III.

Vergoeding voor de uren voortgezette opleiding

Art. 4. De uren voortgezette opleiding genoten door de werknemers ressorterende onder het Paritair Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens, dienen zich binnen de arbeidstijd te bevinden, en Subcomité voor de grondafhandeling op luchthavens, dienen zich binnen de arbeidstijd te bevinden, en worden betaald met een vergoeding gelijk aan het normale uurloon.

HOOFDSTUK IV.

Financiële tussenkomst door het SFAL

Art. 5. Met uitzondering van de lonen van de deelnemende werknemers betaald voor de uren vermeld onder artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, geven de kosten voor de voortgezette opleiding georganiseerd door de werkgever recht op een financiële tussenkomst van het SFAL.

Art. 6. Jaarlijks wordt aan iedere werkgever een opleidingsbudget toegekend, berekend in functie van het aantal arbeiders in dienst bij de werkgever op 1januari van het betrokkenjaar. 80% van dit bedrag vertegenwoordigt dan het maximale budget waarop betrokken onderneming kan beroep doen voor dat jaar met uitzondering van ingediende proj ecten zoals bedoeld in artikel 7. De onderneming kan aanspraak maken op dit
"individueel" budget, op basis van een dossier welk de reële kosten van de georganiseerde opleidingen weergeeft. De procedure van berekening,
operationele uitvoering en toekenning berust bij de Raad van Bestuur van SFAL, maar kan nooit meer bedragen dan de gemaakte en angetoonde kosten.

Art. 7. De bedrijven uit de sector kunnen, al dan niet in samenwerking met andere bedrijven uit de sector, opleidingsprojecten voorstellen aan het SFAL. Een projectvoorstel dat goedgekeurd wordt door de raad van bestuur van het SFAL komt in aanmerking voor co-financiering door het SFAL, met middelen uit de algemene reserve voortgezette opleidingen. De raad van bestuur van het SFAL bepaalt het bedrag.

HOOFDSTUK V.

Geldigheidsduur

Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt vanaf zijn inwerkingtreding integraal de CAO van 15 maart 2018, neergelegd op 16/03/2018 en geregistreerd onder het nummer 145674/C0/140.

Art. 9 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van onbepaalde duur en gaat in op 1januari 2019.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elke contracterende partij worden opgezegd. Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen. De termijn van 3 maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.





Collectieve arbeidsovereenkomst van 27/06/2016
Toekenning van syndicale premie

HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werk-nemers die ressorteren onder het Paritair Sub-comité voor grondafhandeling op luchthavens.

§ 2. Onder grondafhandeling wordt begrepen platform-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.

Onder luchthavens wordt begrepen elk bepaald grond- of wateroppervlak (met gebouwen, instal-laties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak.

§ 3. Onder "werknemer" wordt begrepen : de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in §1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is even-wel niet van toepassing op:

a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone “type leercontract”.


HOOFDSTUK II.

Syndicale premie

Art. 2. Vanaf 1 januari 2014 bedraagt de jaarlijkse syndicale premie 135,00 euro (betaalbaar 2015).

Art. 3. De referteperiode is de periode tussen 1 januari en 31 december van het kalenderjaar waarop de syndicale premie betrekking heeft.

Art. 4. De werknemers hebben recht op vermelde syn-dicale premie volgens de volgende voorwaarden:
- tijdens de betrokken periode aangesloten zijn bij een representatieve vakorganisatie;
- werkzaam zijn in de sector grondafhandeling op luchthavens op 31 december van het dienstjaar waarop de syndicale premie wordt toegekend;
- er is recht op de 100% syndicale premie vanaf 90 kalenderdagen in dienst in de sector grondafhandeling op luchthavens;
- er is géén recht op een syndicale premie indien minder dan 90 kalenderdagen in dienst;

Art. 5.  De werknemers die niet meer werkzaam zijn in de sector grondafhandeling op luchthavens op 31 december van het dienstjaar waarop de syndicale premie wordt toegekend, hebben recht op een syndicale premie volgens de volgende voorwaarden :
- tijdens de betrokken periode aangesloten zijn bij een representatieve vakorganisatie;
- in het betrokken dienstjaar minstens 90 kalenderdagen werkzaam zijn geweest in de sector grondafhandeling op luchthavens;
- er is recht op een syndicale premie, pro rata het aantal volledig tewerkgestelde maanden (van de 1ste/maand tot en met de 30/31 ste) in de sector grondafhandeling op luchthavens

Art. 6. Het ″Sociaal Fonds afhandeling op luchthavens″ zal de premie, uitbetaald aan de rechthebbenden door de representatieve vakorganisaties in de sector, verrekenen via de stortingen van de betrokken werkgevers.


HOOFDSTUK III.

Geldigheidsduur

Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2016 en geldt voor een onbepaalde duur.
Zij vervangt de CAO van 12/11/2015 neergelegd op 2/12/2015 en geregistreerd op 10/02/2016 met het nummer 131327/CO/140.04.
Zij kan door elk der partijen worden opgezegd middels een opzeggingstermijn van 3 maanden. De opzegging dient per aangetekend schrijven te gebeuren, gericht aan de voorzitter van de subsector van de afhandeling op luchthavens.



HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en die tot de subsector van de grondafhandeling op luchthavens behoren.

§ 2. Onder ″grondafhandeling″ wordt begrepen : platform-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.

Onder ″luchthavens″ wordt begrepen : elk bepaald grond- of wateroppervlak (met gebouwen, installaties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak.

Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek is niet bevoegd voor ondernemingen voor grondafhandeling op luchthavens die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, het Paritair Comité voor de schoonmaak, het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of het Paritair Comité voor de handelsluchtvaart, uitgezonderd de ondernemingen die luchthavens beheren.

§ 3. Onder ″werknemers″ wordt begrepen : de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op :
a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035;
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone ″type leercontract″.

HOOFDSTUK II.

Begripsomschrijving

Art. 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder ″sociaal fonds″ : het ″Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens″, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2009 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd ″Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens″ en tot vaststelling van zijn statuten, neergelegd op 8 januari 2010 en geregistreerd op 7 april 2011 onder het nummer 103820/CO/140.

HOOFDSTUK III.

Bijdrage

Art. 3. De bijdrage, door de werkgevers bedoeld in artikel 1 verschuldigd aan het sociaal fonds, werd vanaf het vierde kwartaal 2011 vastgesteld op 0,45 pct. van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108 pct.

Art. 4. Met ingang van het tweede kwartaal 2014 zal de bijdrage van 0,45 pct. (bepaald in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst) met 0,1 pct. verhoogd worden tot 0,55 pct. van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108 pct.

Art. 5. De verhoging van de bijdrage met 0,1 pct. wordt geïnd ten behoeve van de financiering van de voortgezette opleiding van de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek.

HOOFDSTUK IV.

Geldigheidsduur

Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 2014 en geldt voor een onbepaalde duur. Zij vervangt vanaf 1 april 2014 de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 (registratienummer 106708).

Zij kan door elk der partijen worden opgezegd middels een opzeggingstermijn van zes maanden. De opzegging dient per aangetekend schrijven te gebeuren, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek. De termijn van zes maanden begint te lopen vanaf de datum waarop het aangetekend schrijven aan de voorzitter wordt verzonden.



HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel I. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor grondafhandeling op luchthavens.

Onder « werknemers » wordt begrepen: de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op:

a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035.
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract".

HOOFDSTUK II.

Begripsomschrijving

Artikel 2 Voor toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder "Sociaal Fonds": het Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2014 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens" en tot vaststelling van zijn statuten, neergelegd op 30/06/2014 en geregistreerd op 19/08/2014 onder nummer 123036/CO/140.08.

HOOFDSTUK III.

Bijdrage

Artikel 3 Het Sociaal Fonds heeft een financieel tekort om de bestaande cao-afspraken aangaande de syndicale premies, de premies tijdskrediet en de administratieve verwerking ervan na te komen. Daarom moet de bijdrage worden verhoogd met 0,15%.

Artikel 4 Met ingang van 1 januari 2018 wordt de bijdrage met 0,07% verhoogd tot 0,62% van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108 procent.

De verhoging van de bijdrage met 0,07% wordt geïnd ten behoeve van de financiering van de syndicale premie en de premies tijdskrediet.

Artikel 5 Met ingang van 1 januari 2018 wordt de bijdrage met 0,08% verhoogd tot 0,7% van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108%.

De verhoging van de bijdrage met 0,08% wordt geïnd ten behoeve van volgende sectorale projecten, opgestart en uitgevoerd door de sociale partners: het verzekeren van het best mogelijke beheer van het Sociaal Fonds, meer bepaald in termen van performantie, transparantie en continuïteit.

HOOFDSTUK IV.

Geldigheidsduur

Artikel 6 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van onbepaalde duur en treedt in werking op 1 januari 2018.
Zij kan door elk der partijen worden opgezegd middels een opzeggingstermijn van 3 maanden. De opzegging dient per aangetekend schrijven te gebeuren, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek.



HOOFDSTUK I.

Toepassingsgebied

Artikel I. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor grondafhandeling op luchthavens.

§ 2. Onder grondafhandeling wordt begrepen platforrn-, passagiers-, bagage-, grondtransport- en vracht- en postafhandeling en bijstand aan bemanning.

Onder luchthavens wordt begrepen elk bepaald grond- of wateroppervlak (met gebouwen, installaties en materiaal) in hoofdzaak bestemd om, geheel of gedeeltelijk, door derden te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en de bewegingen van vliegtuigen op het oppervlak. 

Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek is niet bevoegd voor ondernemingen voor grondafhandeling op luchthavens die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, het Paritair Comité voor de schoonmaak, het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of het Paritair Comité voor de handelsluchtvaart, uitgezonderd de ondernemingen die luchthavens beheren.

§ 3. Onder « werknemers » wordt begrepen: de arbeiders en arbeidsters van werkgevers bedoeld in § 1 aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 015 of 027.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op:

a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 283 met werknemerskengetal 035.
b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract".

HOOFDSTUK II.

Begripsomschrijving

Artikel 2 Voor toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder "Sociaal Fonds": het Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2014 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Sociaal Fonds voor de afhandeling op luchthavens" en tot vaststelling van zijn statuten, neergelegd op 30/06/2014 en geregistreerd op 19/08/2014 onder nummer 123036/CO/140.08.

HOOFDSTUK III.

Bijdrage

Artikel 3 Conform de CAO van 21 september 2017 tot vaststelling van de bijdrage verschuldigd aan het SFAL, geregistreerd onder het nummer 1419S4/CO/140, werd de werkgeversbijdrage aan het SFALvanaf 1 januari 2018 vastgelegd op OJ% van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108 %.

Artikel 4 Met ingang van 1 januari 2019 wordt de bijdrage met 0,1% verhoogd tot 0,8% van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan 108 procent.

Inning als volgt :

* 0,7 % in het eerste kwartaal 2019
* 0,9 % in het tweede kwartaal 2019
* 0,8 % vanaf het derde kwartaal 2019

De bijkomende bijdrage van 0,1% wordt geïnd ten behoeve van de financiering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 januari 2019, ter bevordering van de vorming en tewerkstelling van risicogroepen.

HOOFDSTUK IV.

Geldigheidsduur

Artikel 5 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van bepaalde duur en treedt in werking op 1 januari 2019 om te eindigen op 31 december 2020.